In het Egeleffect van Manfred Kets de Vries stond een mooi
verhaaltje dat ik graag wil delen.
Een groep
kikkers sprong tevreden door een moeras, bezig met dat wat kikkers doen, toen
er plots twee in een diep gat vielen. De andere kikkers verzamelden zich er om
heen om te zien hoe ze hun vrienden konden helpen. Zodra ze zagen hoe diep het
gat was, gaven ze het op. Tegen de twee arme kikkers in het gat zeiden ze dat
die beter alle hoop konden laten varen en zich moesten voorbereiden op de dood.
De twee kikkers waren niet
bereid hun lot te aanvaarden en probeerden uit alle macht uit het gat te
springen. De kikkers in het moeras bleven naar beneden roepen dat hun situatie
hopeloos was en dat ze maar beter hun energie konden sparen en geduldig moesten
wachten op de dood. Ze aarzelden niet er aan toe te voegen dat de kikkers niet
in deze ongelukkige situatie hadden gezeten als ze voorzichtig genoeg waren
geweest en naar de ouderen hadden geluisterd.
De twee kikkers bleven echter zo
hoog springen als ze konden. Langzaamaan werden ze moe. Uiteindelijk luisterde
een van de twee naar de raad van zijn vrienden. Doodmoe en ontmoedigd
aanvaardde hij stilletjes zijn lot, ging liggen op de bodem van het gat en
stierf terwijl de anderen verdrietig toekeken.
De andere kikker was echter
vasthoudender. Hij bleef springen met elk sprankje energie dat hij nog had, ook
al deed zijn lijf verschrikkelijk veel pijn. En weer hingen massa’s kikkers over
de rand van het gat en riepen dat hij moest ophouden met die onzin en beter
zijn lot kon aanvaarden en gewoon moest doodgaan. Onversaagd sprong de
uitgeputte kikker harder en harder en uiteindelijk sprong hij, wonder boven
wonder, zo hoog dat hij uit het gat sprong. Stomverbaasd vierden de andere
kikkers zijn miraculeuze terugkeer naar de vrijheid, waarna ze om hem heen
schaarden en vroegen: “ Waarom bleef je doorspringen toen wij zeiden, riepen,
schreeuwden dat je moest opgeven?" De arme kikker gaapte hen verbaasd aan.
“Maar beste vrienden,” zei hij. “Ik ben doof. Op die afstand kon ik niet
liplezen, dus toen ik jullie zag zwaaien en roepen, dacht ik dat jullie me
aanmoedigden om niet op te geven. Daarom bleef ik het proberen.”
Geen opmerkingen:
Een reactie posten