vrijdag 25 mei 2012

Doodgaan of doof doorgaan


In het Egeleffect van Manfred Kets de Vries stond een mooi verhaaltje dat ik graag wil delen.

Een groep kikkers sprong tevreden door een moeras, bezig met dat wat kikkers doen, toen er plots twee in een diep gat vielen. De andere kikkers verzamelden zich er om heen om te zien hoe ze hun vrienden konden helpen. Zodra ze zagen hoe diep het gat was, gaven ze het op. Tegen de twee arme kikkers in het gat zeiden ze dat die beter alle hoop konden laten varen en zich moesten voorbereiden op de dood.
                De twee kikkers waren niet bereid hun lot te aanvaarden en probeerden uit alle macht uit het gat te springen. De kikkers in het moeras bleven naar beneden roepen dat hun situatie hopeloos was en dat ze maar beter hun energie konden sparen en geduldig moesten wachten op de dood. Ze aarzelden niet er aan toe te voegen dat de kikkers niet in deze ongelukkige situatie hadden gezeten als ze voorzichtig genoeg waren geweest en naar de ouderen hadden geluisterd.  
                De twee kikkers bleven echter zo hoog springen als ze konden. Langzaamaan werden ze moe. Uiteindelijk luisterde een van de twee naar de raad van zijn vrienden. Doodmoe en ontmoedigd aanvaardde hij stilletjes zijn lot, ging liggen op de bodem van het gat en stierf terwijl de anderen verdrietig toekeken.
                De andere kikker was echter vasthoudender. Hij bleef springen met elk sprankje energie dat hij nog had, ook al deed zijn lijf verschrikkelijk veel pijn. En weer hingen massa’s kikkers over de rand van het gat en riepen dat hij moest ophouden met die onzin en beter zijn lot kon aanvaarden en gewoon moest doodgaan. Onversaagd sprong de uitgeputte kikker harder en harder en uiteindelijk sprong hij, wonder boven wonder, zo hoog dat hij uit het gat sprong. Stomverbaasd vierden de andere kikkers zijn miraculeuze terugkeer naar de vrijheid, waarna ze om hem heen schaarden en vroegen: “ Waarom bleef je doorspringen toen wij zeiden, riepen, schreeuwden dat je moest opgeven?" De arme kikker gaapte hen verbaasd aan. “Maar beste vrienden,” zei hij. “Ik ben doof. Op die afstand kon ik niet liplezen, dus toen ik jullie zag zwaaien en roepen, dacht ik dat jullie me aanmoedigden om niet op te geven. Daarom bleef ik het proberen.” 

zaterdag 12 mei 2012

Dag Moeder


Mijn moeders moeder heette Moeder
De mijne Mamma, later Ma
Al te vroeg is zij gestorven
44 werd ze maar

Een kledinghaak en machteloos bedroefd
Sla dan…… terwijl ik liever wilde huilen
Waarom zijn de beelden die ik het liefste wil vergeten
zo diep in mij gegroefd?

Zilveren bestek, ingekerfde letters: HPB
Bijtend zuur
Zij wilde hem danken, eren
En hij vond het te duur

Huihoudhandschoenen
en lisol, later bleek in het portiek
een uitgemergeld lichaam
waarom worden moeders ziek?

Beelden komen boven, veel geladen met verdriet.
Wat doet ziekte met een moeder
Wat doet ziekte met  een kind
dat ondanks mamma’s ziekte toch een moeder in haar vindt

Een uitgewoond lichaam, waar is nu haar geest
Ik wil je danken lieve mamma
Voor het dragen van je leed
voor je liefdevolle zorgen en om wie je bent geweest





maandag 26 maart 2012

De woede van Achilles


Wrok, wrevel, wraak
Vertel mij van de woede van Achilles, o Godinnen. De eerste zin uit de Ilios. Achilles had zich van het strijdperk teruggetrokken nadat  hij zijn vriendinnetje moest afstaan aan de koning van de Grieken, Agamemnon.  En iedereen wist dat het moeilijk zou worden om dan de strijd tegen Troje te winnen. Achilles mokkend in zijn tent tot zijn grote vriend Patrokles door Hektor werd gedood. Wraak was het enige hij wilde en even later bungelde het zielloze lichaam van Hektor achter Achilles’ zegepraal. Niet de Eros, maar de Thymos, die rare zwezerik die volgens overlevering ons verbindt met de Goden, was zijn drijfveer. Trots, eerzucht, grote woede en bloedwraak. Emoties die bij ons vaak ondergronds gaan of gekanaliseerd worden in sportscholen of voetbalvelden.

Wreken en werken
Waar zit onze trots? Onze geldingsdrang, onze kordaatheid, ons gevoel voor eer en waardigheid,  ons verlangen naar rechtvaardigheid in een wereld die allesbehalve rechtvaardig is? Die geldingsdrang storten we in ons werken, ons wreken is er niet meer bij. Geen slagveld, geen strijdperk  voor ons. Geen collectieve verontwaardiging in een uitgesproken JA of NEE. Soms denk ik wel eens dat we een groot collectief onvermogen hebben om Nee te zeggen. We twijfelen, draaikonten en zeggen “Ja, mits”, of “Neen, tenzij…”of “Ja, maar…” We excuustruzen ons een slag in de rondte en komen daar mee weg omdat iedereen daar mee weg komt.  Zo zij het. Ons Amen. Maar dat is slechts een aspect van de waarheid. Het andere is prachtig verwoord in het onderstaande gedicht van Ellen Warmond. Mooie achternaam in deze zin.
Geef niet mee maar heers
verweer je tegen de stilte
de kou de stilstand de leegte

Geef niet mee, verbreek
het woord dat de dood bezegelt
ontken de zwarte kern

Gons van ongeloof, ontvonk
van tastbaar leven
Vloek ja tegen het vroomste nee

Verdoof niet, geef je niet over,
Geef niet mee.

Het stamloze tijdperk en de erkenning van de Leegte
 In onze cultuur lijkt er alleen nog maar plaats te zijn voor genade zonder strijd. Ajax zonder Feyenoord. Als het lente wordt, dan gooien wij bommen op Rotterdam. Onze samenleving is niet langer thymotisch maar doordrenkt van Eros. We laten ons niet langer leiden door trots, woede, moed of rancune maar door begeerte naar meer en nog meer. Hoger, harder, dieper, verder dan mijn buurman. En het is nooit genoeg. Tot het genoeg is. Tot de Leegte zo groot is, dat we er in dreigen te verzuipen. Maar dat voelen we toch niet omdat we elkaar lekker blijven verdoven door alle afleidingen waar we zo rijk mee zijn. En dan blijken we ineens niet zo rijk meer te zijn. Recessie, Crisis, Depressie. Ik kwam ooit op de Afdeling Gevonden Voorwerpen een mooie definitie tegen van depressie: Depressie is naar binnen gekeerde boosheid. En zodra die de kop opsteekt, hebben we allemaal bèta blokkers en andere remmers en verdovers die ons weer in het gareel houden. Werken. Niet wreken. En dat dan juist zo’n Wilders de uitspraak van een rechter gaat wraken. Om woedend  van te worden. Maar we doen het niet. En je weet wat je hebt en je hebt wat je weet en alles dat staat vast. En je maakt je geen zorgen, je schijt op de rest, want wij zijn aangepast. Een oproep van Bots maar dat doen we dus niet. We schuren en schaven en worden een zielloze beschaving omdat we slechts de helft niet hebben begrepen.

Op eigen kracht
Bezuinigingen. Met minder geld betere resultaten behalen door de eigen kracht van mensen centraal te stellen en de kracht van de community gebruiken. Het klinkt zo mooi en dat is het ook! Maar hoe doe je dat in een gefragmenteerde samenleving waarin mensen vastgepind worden op de vierkante centimeter, verantwoordelijk voor een deeloplossing van een deelprobleem? Hoe doe je dat in een samenleving waarin alles en iedereen gereduceerd is tot een middel, een resource? Wat een enorme verenging in ons denken over de mens.

Albert Einstein zei al dat als wij de dingen willen begrijpen, wij het geheel waarvan deze dingen deel uitmaken, moeten leren begrijpen. Dus stoppen met denken in deeloplossingen voor deelproblemen maar denken in relaties,  want denken in relaties is denken in systemen, is denken in samenhang en wat daar allemaal uit tevoorschijn kan komen.

De mens is een complex geheel dat zich in een voortdurende interactie met de omgeving bevindt. Ieder mens is ingebed in relaties waarin hij zich continu definieert. .Je bent je relaties. Buiten de relaties bestaan we niet. It takes two to know one. Hoe staan we in die relaties? Tegenover elkaar, naast elkaar, van elkaar afgewend, met de ruggen naar elkaar toe?

Verenging en Vereniging
Eigenlijk is het dus heel simpel om de huidige en toekomende complexiteit te lijf te gaan. Eén lettertje toevoegen en klaar is Case. Want ook van Kees hebben we een geval gemaakt.
Laten we terugkeren naar de relatie. De relatie met onszelf, de ander, onze unieke bijdrage en het grotere geheel waarbinnen dat zich allemaal afspeelt. Emeritus hoogleraar Luc Stevens beschrijft dat mensen gemotiveerd raken als er voldaan is aan drie psychologische basisbehoeften.  De behoefte aan Autonomie, de kwaliteit van de mens om zichzelf sturing te geven in wisselwerking met de omstandigheden waarin hij verkeert, de behoefte aan Relatie op de 4 gebieden die ik hierboven even kort heb aangetipt en de behoefte om je Talent in te zetten en te ontwikkelen. Worden deze behoeften gefrustreerd dan treedt stagnatie op met als mogelijk gevolg een proces van Vervreemding dat als motor de Onverschilligheid heeft. Een minimale prestatie tegen een minimale inzet.

Terug naar de omkeer die we met zijn allen hebben te maken:  Met minder geld betere resultaten behalen door de eigen kracht van mensen centraal te stellen en de kracht van de community gebruiken. Een mooie driehoek waar ik in geloof. Ik geloof, ik hoop dat dat duidelijk is,  niet in de kramp van controle. Ik heb het geprobeerd. Verwoede pogingen gedaan om mijn leven onder controle te brengen. Maar als de woede ver blijft, dan verandert er niks. Pas in het verblijven met mijn woede, het onder ogen kijken daarvan en vervolgens daar woorden aan te geven kan ik de eerste stap zetten. Ik heb mijn strijdperk gevonden.   

zaterdag 3 maart 2012

Titanic


To face the future freely, one must give up both optimism and pessimism and put all belief on human beings. Not trust in tools. (Ivan Illich)

Een paar dagen geleden zei ik al dat volgens Plato een mens nog meer dan kennis, goede beelden nodig heeft. Gisteren was ik op een conferentie waarin ingezoomd werd op wat er gelijktijdig gebeurt met het bedenken en uitvoeren van plannen. Je wilt het een en ondertussen gebeurt het ander.  Als je puur naar het woord kijkt, dan is ondertussen een woord dat niet zuiver is. Het is intussen, in de tussentijd of onderwijl. Wat er ondertussen gebeurt in een organisatie, is dus een niet zuivere vraag. Wat er gebeurt in de tussentijd, klopt veel meer. Alleen hebben wij de tussentijd opgeruimd in onze cultuur. We slopen en bouwen, ademen in en ademen uit zonder een tel rust.  Wij hebben geen tussentijd meer waarin we terugkijken en vooruitblikken. Wij gunnen onszelf die tijd niet en handelen in een reflex in plaats vanuit reflexie.

Zo ervoer ik de conferentie van gisteren ook. Aandacht voor de volle agenda maar geen agenda voor volle aandacht. De lineaire klok overstemde het innerlijk kompas. Geen tijd voor werkelijke diepgang. Dansjes aan de oppervlakte en geen moment van ongemak. Was wel lekker die vreugde maar het klopte niet met opmerkingen als “We leven in een planeet crisis met daarvan afgeleid een economische, religieuze, sociale crisis.” Of : We bevinden ons op de Titanic.” Hoe kun je vreugde ervaren als er eigenlijk gezegd wordt dat we doodsbang zijn voor het volgende moment? Hoe kun je blij zijn terwijl je eigenlijk een heel zwart beeld hebt over waar het met onze aarde naar toe gaat?

Na afloop raakte ik in gesprek met Theo. Een gewone man  die mij niet bijzonder opviel. Tot het moment waarop we in gesprek raakten over angst en gekrenkte trots. Ik vertelde hem van een bijeenkomst waar ook Herman Wijffels bij aanwezig was. Drie uur overleg en na afloop herinnerde ik mij alleen de vraag van meneer Wijffels aan een corporatiedirecteur: “Zou het zo kunnen zijn dat uw angst ook de angst van uw organisatie is?” Toen werd het stil. Heel stil werd er gevoeld en herkend. Dat gebeurde ook tussen Theo en mij. Hij las mij een mail voor die hij net had verstuurd aan Herman Wijffels waarin hij zijn onrust deelde over de hardnekkigheid van processen waarin angst sturend was. Hoe komen we uit die spiraal van angst? Ik genoot bijzonder van de eenvoud en openhartigheid van Theo. Over zijn vermogen om stil te staan en te reflecteren terwijl het schip zinkende is. Eigenlijk is genieten niet het juiste woord. Ik raakte ontroerd door de erkenning van de werkelijkheid. Hoe hopeloos die soms ook lijkt. 

Durf ik die werkelijkheid onder ogen te komen? Durf ik de angst toe te laten? Of de woede? Durf ik werkelijk te bekennen, onder ogen te komen wat er op dit moment allemaal gebeurt?  Durf ik die angst,  die dat oproept, de wanhoop te voelen? Ik ben bang van wel. Ik kan even niet anders. En het rare is,  dat in het onder ogen komen van de Titanic deze vervolgens verdwijnt. Er is geen Titanic, er is geen angst. Zelfs de woede en het verdriet over de onverschilligheid waarmee mensen en ook ik  proberen om onder die angst uit te komen, verdwijnen . In plaats daarvan ontstaat in mij de vraag waar ik verantwoordelijk voor ben. Waar wil, moet en kan ik het verschil in maken?  En hoe ziet dat er dan uit? Ben ik in staat om mijn negatieve beeld over de toekomst plaats te laten maken voor een goed beeld? En weer slaat de twijfel toe als ik daarover ga nadenken. Heb ik dan ook zo’n negatief zelfbeeld? Ik ben bang van wel! Het enige dat ik kan doen, is om die onder ogen te komen en onder woorden te brengen.  In de hoop dat die verstaan wordt.

Ik ga graag in op het aanbod van Theo om een dag langs te komen op de Veluwe. Stront scheppen. Meer niet. 

woensdag 29 februari 2012

Lala Land


Gisteren liep ik door de bouwputten van Utrecht Centraal en kwam daar een mooi billboard tegen met de tekst: Als ongeluk in een klein hoekje zit, waar zit het geluk dan?

Vanmorgen  weer tranen met tuiten gehuild om een prachtig filmpje op Ted Talks waarin  Jill Bolte Taylor, zelf een neuro anatoom, haar eigen beroerte beschrijft. Ze heeft een tumor zo groot als een golfbal in het taalgedeelte in haar linkerhersenhelft en vertelt over wat daar op die momenten gebeurde. Een stroke of insight. Naast momenten waarop zij duidelijk waarnam  wat er gebeurde en wat er moest gebeuren, had ze vooral momenten van diepe euforie. Ze verbleef in Nirvana, of zoals zij dat zelf beschreef, in Lala Land waar alles prachtig was. Waar alles in dit moment gebeurt en alles in elkaar overvloeit. Geen afgescheidenheid maar 1 geheel. Eén met alles.

In het filmpje vertelt ze over onze linkerhersenhelft dat vooral gebaseerd is op afgescheidenheid. Deze helft denkt lineair en methodisch. Details in details in details. Keurig gecategoriseerd en in hokjes gestopt. Het associeert voortdurend met alles wat we in het verleden hebben geleerd waarna we het vervolgens in een mogelijke toekomst projecteren. Het fragmenteert en isoleert. Ik ben. Waar de rechter hersenhelft alles op dit moment is. Hier en nu. Alles gebeurt parallel. Deze helft denkt in beelden, niet in woordenscheidende taal. Energie verbonden met energie. We zijn 1 familie, allemaal deel uitmakend van het grote geheel.
Aan het einde van het filmpje geeft ze aan dat ze ieder moment kan kiezen wie ze wil zijn. Jiil Bolte Taylor of kiezen voor het opperste geluk. Geluk is een keuze. Wat kies jij? Wat kies ik?

Mijn talent is jouw talent


Ontwikkeld is volgens Plato niet de mens die veel weet of veel kennis heeft vergaard, maar de mens die goed beelden in zich draagt. Ontwikkeling begint met goede beelden.  Laat dat nu net mijn talent zijn. Om mensen te helpen zich te herinneren en te verbinden met hun goede beelden van zichzelf.

Talent was in het oude Griekenland een betaalmiddel met een bepaalde waarde in zilver. En eigenlijk is het nog steeds ons talent waarmee we betaald worden en waardoor we ons dagelijjks brood verdienen.  Tenminste, als ons talent zichtbaar is en (h)erkend wordt als waardevol. Over de zichtbaarheid een mooi verhaal uit de bijbel. Ik houd niet van georganiseerde religies maar geniet wel van de verhalen. Het volgende verhaal waar ik van smul, staat in Matheus, 25:14.30. Geschreven op de 25e om half drie. Jezus vertelt de gelijkenis van de talenten. Een man gaat langdurig op reis en roept daarom zijn drie dienaren bij zich. Hij vertrouwt aan ieder van hen een deel van zijn geld toe, ieder zoveel als hij denkt dat bij zijn capaciteiten past om hiermee om te gaan. De eerste krijgt 5 talenten aan zilvergeld, de tweede 2, derde krijgt 1 talent. Terwijl de man onderweg is, begint de eerste dienaar met het geld handel te drijven en verdubbelt wat hem werd toevertrouwd. De tweede doet hetzelfde en krijgt er twee talenten bij. De derde dienaar is bang voor de strengheid van zijn meester en begraaft zijn talent in de tuin. Wanneer de man nu van zijn reis terugkeert en zijn dienaren vraagt wat ze met zijn geld hebben gedaan, vertellen de eerste twee over hun succes, en de man draagt hun nog grotere taken op, omdat hij niet alleen tevreden is over de wijze waarop ze met hun talenten zijn omgegaan, maar hen ook tot nog meer verantwoordelijkheid in staat acht. Alleen de derde vindt geen genade. Hem wordt het ene talent dat hij weer heeft opgegraven, ook nog afgenomen en hij wordt door zijn heer verstoten.

Talenten zijn vermogens die we in ons leven moeten gebruiken en ontwikkelen. Mijn talent is het zichtbaar maken van talenten. Aansluiten bij de beweging en de potentie van individuen en organisaties. Dat doe ik omdat ik het niet verdraag als mensen zichzelf en daarmee ook anderen tekort doen. En dat komt natuurlijk omdat ik mijzelf ook ken als tekortschietend. Ik kom altijd tekort en verzuip vervolgens in het teveel.  Met andere woorden, ik heb een negatief zelfbeeld. Vroeger schreef men negatief met twee e’s, neegatief. Er zit verzet in, weerstand. En wat nu als ik die weerstand opgeef, als ik stop mij te verzetten tegen wat is? Wat is dan zichtbaar? Een man die het vermogen heeft om het talent van anderen te zien, te benoemen en te versterken. Dat doe ik individueel maar ook binnen relaties en organisaties. Mijn talent is jouw talent. 


zondag 26 februari 2012

Reflex en relexie

Op de achterkant van het tijdschrift Eigen Baas van het FNV staat een mooie uitspraak van Loesje. “Als ik het even niet meer weet….doe ik altijd een stap vooruit.” De enige manier waarop het landschap verandert, is door het zetten van een stap. Naar voren of naar achteren. Of opzij. Je perspectief verandert door een ander standpunt in te nemen. Door de positie waar je nu staat even te verlaten,  een moment los te laten. Bewegen. Er verandert helemaal niks als er geen beweging is. Er verandert ook  niks als de beweging niet begrepen wordt. Als daar niet bij stilgestaan wordt.

Hoe zit dat nu bij mij? Mijn vak is het creëren van beweging. Dat doe ik vanuit een positieve houding, met power en is altijd gericht op het aansluiten bij de potentie van degenen die tegenover mij zitten. Triple P. Het lijkt wel een zin uit een businessplan. En dat is het ook. Ik begeleid op dit moment een nieuw, innovatief , snel bedrijf dat in de opstartfase zit. Ik stel lastige vragen en probeer achter het platte plaatje te kijken. Kijken wat de ziel is van het bedrijf. Haar bestaansrecht.  Ik probeer daar een beeld van te vormen en leg dat beeld voor aan mijn opdrachtgevers. Klopt dat beeld? Met andere woorden, bezit het een hart? Dat heb ik dit weekend ook gedaan. Ik heb portretten gemaakt van de initiatiefnemers van dit bedrijf dat graag hip, snel en innovatief wil zijn. En dat zijn ze ook. Ze laten zien dat ze de moed, veerkracht en intuïtie  hebben om een nieuw spel te spelen. Zo op het eerste gezicht niks mis mee. Gewoon een bedrijf dat zich ontwikkelt in plaats van ondergaat in de massa. En toch klopt er iets niet. Ik merk dat in het schrijven mijn onrust toeneemt. Beschrijf ik een beeld waar het bedrijf zich naar toe kan ontwikkelen en heb ik daar vertrouwen in? Even gas terugnemen en afremmen. Een gruwel voor de founding father van het bedrijf die eigenlijk alleen maar op de linkerbaan rijdt. Alles of niks. Gelukkig verzamelt hij mensen om zich heen die zijn achteruitkijkspiegel zijn en af en toe op de rem trappen. En toch heb ik nog steeds een gevoel dat ze te snel willen. Dat hun tempo te hoog ligt. Ze willen aan de wereld hun enorme vitaliteit tonen maar ik heb het gevoel dat dat niet vanuit innerlijke rust of een wijze visie gebeurt. Er zit een stuk ondoordachte jachtigheid in die als ze niet onder ogen gezien wordt, niet leidt tot een gezonde verdere ontwikkeling. En natuurlijk moeten ze snel zijn in deze dynamische complexe tijd waarin weinig tijd gegeven lijkt te zijn. Maar het gaat wel om het juiste tempo daarbij aan te houden. Daarin kunnen we veel van de natuur leren die voortdurend verandert en groeit, maar wel in het tempo dat bij haar wezen past. Toch morgen eens vragen wat mijn opdrachtgever  hier van vindt. Schieten ze in de reflex of kiezen ze voor de reflexie?

Tot zover het bedrijf. Wat betekent dit nou allemaal voor mij? Ik heb gemerkt dat ik de klanten krijg die op dit moment bij mij passen. De problemen van het bedrijf zijn precies mijn problemen. Weerspiegelen de thema’s die in mij spelen. Als je mij uit elkaar zou kunnen peuteren, dan peuter je het bedrijf uit elkaar. Ook in mij een gejaagde onrust. Of is het creatieve spanning die van mij vraagt om nu te handelen? Tijd om die vraag te stellen aan mijn opdrachtgever