Uit pure ellende ga ik maar schrijven. Vooral de eerste zinnen lijken zinloos. Zijn, blijven, blijken, lijken, schijnen, heten, dunken, voorkomen. Hulpwerkwoorden die mij niet echt helpen. Vraag is dan natuurlijk, waarom ik geholpen zou moeten worden. En met wat? “Wat is jouw probleem jongen”, vraagt de Marokkaanse jongen in mijn hoofd. Ik moet het antwoord schuldig blijven, hoewel ik niet weet of ik geen problemen heb. Heb altijd wat moeite met dubbele ontkenningen. I am in denial and the Nyle is more than a River in Egypt. Egypte, een van de bakermatten van onze beschaving. Mensen op straat, schreeuwend om het vertrek van Moebarak. Moe. Barak. Klinkt als uitgeput in een concentratiekamp. Vraag mij af wat er speelt in het hoofd van deze president. Is hij bang? Of overtuigd van zijn gelijk om aan te blijven?
Vandaag een mooi blog van Seth Godin gelezen. Erg kort, maar twee zinnen. You don’t need more time. You need to decide. Kwam aardig bij mij binnen. Verschuil mij vaak achter een gebrek aan tijd. Is natuurlijk niet de oorzaak van mijn problemen. “Aah, ik heb dus wel degelijk problemen.” Monoloque interieur.
1 van de problemen die ik nu heb, is dat ik graag wil dat mijn verhaaltjes minimaal bestaan uit 1001 woorden. Volkomen onzinnig. Wie zit te wachten op een verhaaltje van die omvang? Wie zit sowieso te wachten op een verhaaltje van mijn hand? Waarschijnlijk ben ik zelf de enige. Ben altijd erg benieuwd wat ik ga schrijven. En wanneer ik daarmee ga stoppen. Non lussisse pudet, sed non incedere ludum. Men schaamt zich niet gespeeld te hebben, maar wel niet op te houden met spelen. Het commentaar van Hildebrand toen men hem vroeg naar zijn Camera Obscura.
Homo ludens. De spelende mens. In hoeverre speel ik nog? Wat speelt er nu in mij? Denk dat er nu niet zoveel ruimte in mij is voor spel. Veel ernst. Zorgen over geld en het uitblijven van opdrachten. Zorgen over de kanker van mijn schoonmoeder die misschien morgen te horen krijgt dat ze uitbehandeld is. Hoeft natuurlijk niet maar toch houd ik, houden we rekening met het ergste. Waarom eigenlijk? Waarom houden we ons in ons hoofd altijd bezig met worst case scenario? Terwijl ik dit schrijf vraag ik mij tegelijkertijd af waarom we ons überhaupt bezig zouden moeten houden met scenario’s. Wat een onzin eigenlijk. Het is wat het is. Niet meer en niet minder. Maar dat schijnt niet genoeg te zijn. We moeten scenario’s, strategieën bedenken om onze doelen te behalen. Maar wat zijn dan onze doelen? Langer leven? Erkenning? Wanneer is het ooit genoeg? Las ooit een mooie uitspraak: Krijgen wat je wilt, is succes. Willen wat je krijgt, is geluk. Weer zo’n oneliner die naar boven schiet waar ik geen reet aan heb. Kan ‘m wel plaatsen, begrijpen ook, maar ik heb er niets aan. Voel mij pissig worden omdat ik weer in de abstractie schiet. Vermijdingsgedrag.
Toen ik nog les gaf, tekende ik wel eens twee cirkels op het bord. Ben nog van de tijd voor de smartboads. De ene cirkel noemde ik de pijncirkel. Begint vaak met vechten, vluchten, vermijden, verwarren, verdringen, verwijderen, verdrinken. De andere cirkel was de pleziercirkel. Begint met verbeelden. Verbeelden dat het anders kan. Verwoorden, vertellen, verantwoordelijkheid nemen, vernatwoording afleggen, vrijheid, vrede. Om van de pijncirkel in de pleziercirkel te komen, is het nodig om te voelen. Te verdragen en vol te houden. En dat is niet altijd makkelijk. Zou nu het liefst hier stoppen. Lekker dramatisch. De lezer, die er toch niet is, achterlaten met een gevoel van: hoe zou het verder met Alje gaan? Trekt ie het nog wel?
Inmiddels is het al weer bijna elf uur in de avond. Het was half tien toen ik begon met schrijven. Geen idee waar het nog naar toe gaat. Weet wel dat ik nog geen zin heb om te slapen. Wil graag dat mijn verhaal een begin, midden en eind heeft. Waarom toch? Waarom kun je niet midden in een verhaal stoppen? Gewoon omdat je geen zin meer hebt om verder te schrijven. Is wel de vraag. Ik geniet juist van het schrijven maar loop dan wel het risico dat het weer alle kanten op gaat. En wat is daar op tegen? Ik geniet wel van mijn afslagen, mijn rare wendingen. Onvoorspelbaar. Maar ergens, diep van binnen, zou ik het ook wel erg leuk vinden als er een logisch einde is aan wat je begonnen bent. Even terug naar het begin. “Uit pure ellende ga ik maar schrijven”, schreef ik. Hoe is het dan nu met die ellende? Valt eigenlijk best wel mee. Ik stop. Morgen is er weer een dag. Toch?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten