zondag 30 januari 2011

Song for the salmon

But now I have spoken of that great sea,
the ocean of longing shifts through me,
the blessed inner star of navigation
moves in the dark sky above
and I am ready like the young salmon
to leave his river, blessed with hunger
for a great journey on the drawing tide.

David Whyte

Vijf uur in de ochtend. IK ben al weer even wakker. Merk dat ik vaak aan het begin van een nieuwe zin IK schrijf met hoofdletters.  Corrigeer het dan meestal want IK met hoofdletters staat zo opschepperig. Alsof IK belangrijker ben dan de rest. En dat wil ik niet zijn. Maar als ik IK niet ben, wie ben ik dan wel? Want ik ben toch niet als de rest? Wat is het dan dat mij onderscheid van de anderen? Uitkijken dat ik mij in het onderscheiden van de rest niet onder schijt. De correctietoets onderstreept schijt. Niet om te accentueren maar om aan te geven dat het woord niet bestaat, terwijl iedereen toch weet wat dit woord betekent. Als alternatieven worden scheid, schijnt, slijt, smijt en spijt genoemd.  Ach,  schijt aan schone schijn en schaamte.
Gisteren Theodor ontmoet in de Zalm. Had hem 1 keer eerder gezien en toen al geweten dat er meerdere ontmoetingen zouden volgen. Toch bijzonder dat je dat bij de eerste oogopslag al weet. Kan weer allerlei vragen gaan bedenken waarom dat zo is, maar merk dat dat mijn verhaal niet veel verder brengt. Een ding was mij wel meteen duidelijk, Theodor is Anders en het gekke is dat ik mij toch meteen vertrouwd voel in zijn buurt.

Ons gesprek gaat over aanpassing. Kun je op meerdere niveaus naar kijken. Aanpassing heeft vaak een negatieve connotatie. Heeft iets vies in zich. “En je weet wat je hebt, en je hebt wat je weet en alles dat staat vast. En je maakt je geen zorgen. Je schijt op de rest, want wij zijn aangepast. “ Een prachtig lied van Bots uit eind jaren zeventig. Het is ook mogelijk op een andere manier naar het woord aanpassing te kijken. Volgens Piaget heeft ieder mens het vermogen om zich aan te passen aan zijn omgeving. Noemt hij adaptatie. Is niet een passief maar een interactief proces. Je zou het een natuurwet kunnen noemen. Kwam dat al eens eerder tegen bij Assaglioli, de grondlegger van de psychosynthese, die sprak over het bestaan van compensaties en overcompensaties. De medische wetenschap heeft in ons lichaam het bestaan ontdekt van een prachtig vermogen van zelfregulering en compenserende reacties. Dit vermogen is er op gericht om steeds evenwicht en harmonie te bewaren of te herstellen. Geldt voor ons lichaam. Kijk alleen maar naar het vermogen van  ons lichaam om zijn lichaamstemperatuur op 37 graden te houden ondanks soms extreme schommelingen inde buitentemperatuur. Zelfde proces gaat ook op voor onze psyche:”daar corrigeert het overdaad en onregelmatigheden door elementen op te wekken die tegengesteld zijn of aanvullend op de overheersende elementen.” Is dat de reden dat ik nu tegenover Theodor zit? En heb ik, of mijn psyche deze ontmoeting geregeld omdat ik op zoek ben naar een nieuwe balans?  Omdat iets in mij in conflict is, niet in harmonie. Ontstemming. Afstemming. Maar wat is dan dat conflict? En tussen wat? Een conflict bestaat tenminste uit twee kanten.  Mijn binnenkant met mijn buitenkant?

Theodor stelt goede vragen. Stemt af, neemt waar. Moet denken aan Paracelsus, de grondlegger van het competentiemanagement. ‘Hij die niets kent, begrijpt niets. Hij die niets begrijpt, neemt niet waar. Hij die niet waarneemt heeft niet lief. Maar hij die kent, begrijpt, neemt waar, heeft lief. Hoe meer iets gekend wordt, hoe groter het respect. Wie denkt dat druiven tezelfdertijd tot rijping komen als alle andere vruchten, begrijpt niets van aardbeien.”Of zoiets. Theodor is een goede gerijpte druif.
We bestellen een glas wijn. Krijgen bij de keuze daarvan advies van een jonge enthousiaste meid die haar lichaam laat meedoen met haar woorden. Bij het aanprijzen van de droge Italiaanse wijn, trekt haar mond een beetje zuinig samen. Bij de soepele Australische wijn, dansen haar heupen lichtjes mee.  Leuk kind dat vertelt dat ze de onderwijs assistent  opleiding doet. Heb meteen medelijden met haar. Hoef ik  niet te hebben.  Ze gebruikt deze opleiding om straks Communicatie of Vrije Tijdsmanagement te doen. Alle vertrouwen dat het goed komt met haar.

Het gesprek met Theodor komt in een stroomversnelling. We praten verder over het vermogen van de mensen om te kiezen, om zich iedere keer aan te passen aan veranderende omstandigheden. Te veranderen. Aanpassing als inwikkeling of als ontwikkeling. Grappig dat precies in het midden van het woord ontwikkeling IKKE staat. Theodor confronteert mij door te vragen wat in mij er voor zorgt dat ik lijk te kiezen voor een weg die ik eigenlijk niet wil gaan. Het conflict blootgelegd tussen kleine ik en grote IK. Tussen mijn kleine ja en mijn grote JA. Waar zeg ik volmondig ja op? Wat in mij weerhoudt mij om daar een antwoord op te geven? Ligt ergens in mij. God heeft geen vergissing gemaakt bij het uitdelen van mensen. Bij mij waarschijnlijk ook niet. Huiswerk van de Bovenmeester.  Ik ben er bijna. IK ben bijna thuis. Wellicht ben ik er al en zie ik het alleen nog niet, is het antwoord van Theodor. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten