zondag 30 januari 2011

Spiegeltje, spiegeltje….

Het aftellen is begonnen. Start ignition.  Countdown. Ben ik de bom of James Bond die op het laatst van de film het ontstekingsmechanisme onklaar en daarmee het explosief  onschadelijk maakt? Heb nu nog 19 uur en 2 minuten te leven voordat ik 53 word.

Zag kort geleden Steve Jobs een toespraak houden voor jonge afstuderende mensen van Harvard University. Hij vertelde over zijn jeugd, het ontbreken van ouders. Het zelf moeten uitvinden. Zijn voortijdig schoolverlaten. Het overwinnen van zijn ziekte. Heb de indruk dat met name het laatste voor hem een enorme impact had. Vraag mij overigens af of dat ook zo zou zijn als hij al die andere ervaringen niet gehad zou hebben. Denk het niet. Alles is voorwaardelijk. Jobs hield de studenten en mij een spiegel voor. ‘Stel je zelf iedere dag dat je ’s morgens voor de spiegel staat de vraag of er die dag dingen zijn die je liever niet had willen doen. Als je meerdere dagen achter elkaar diezelfde vraag met ja beantwoordt, ga dan wat anders doen. Follow your heart.’ Wat zou ik doen als ik mij hart zou volgen? Ik ben bang dat ik , terwijl ik dit schrijf geen idee heb.  Doe ik nu wat mijn gevoel mij aangeeft? Vast wel, anders zou ik het niet doen. Why argue with reality? Een opmerking die  Byron Katie,  een van mijn leermeesters, vaak maakt. Als het niet zo is dat dit is wat ik zou willen doen, en ik voel mij daar slecht onder, dan kom ik terecht in het cirkeltje van machteloosheid. Altijd beginnend met de zin: Ik zou willen dat…..In gevecht met wat is. E en wedstrijd die niet te winnen valt. Ik zou willen dat ik niet zo bezig zou zijn met doodgaan op dit moment. Maar is het waar dat ik nu bezig ben met nadenken over dood? Ja en nee. Ik ben bezig om daar bij stil te staan door er over te schrijven. Merk dat dit mij goed doet. Schrijven doet mijn denken vertragen waardoor ik het vermogen heb om mijn gevoel te volgen. En terwijl ik dit doe, kom ik weer tot rust. Alleen al door tijd te nemen voor mijn onrust, kom ik tot rust. Met begrijpen kom ik er niet, met volgen dus wel. Ervaar dat door maar gewoon te typen er gedachten opkomen die ik kan volgen als wolken in mijn hoofd. Ze komen en ze gaan. It is as simple as that. 

Net terwijl ik lekker bezig ben, wordt er gebeld. Zonder nadenken stop ik met schrijven en beantwoord de oproep.  Maar is dat wel waar, doe ik dat zonder nadenken? Terwijl ik aan het typen was, kwam ik in een soort flow terecht waarin juist mijn gedachten stopten. Lekker woordjes typen. Meteen toen de bel ging, was dat afgelopen. Gelijk onrust en gedachten. Waarom laat ik mij afleiden van waar ik mee bezig ben? Waarom is het voor mij zo belangrijk om bereikbaar te zijn? Kan daar wel weer allerlei rechtvaardigingen voor geven, ‘misschien is het een opdrachtgever’, misschien is het ….’, vul maar in. Feit is alleen dat ik stop met waar ik lekker mee bezig was. Waar mijn hart dus was. Ach, is het zo erg om even met andere dingen bezig te zijn dan de dingen die ik graag doe? Vind ik een belangrijke vraag. Wat zou ik echt gaan doen als het echt zo is dat ik vandaag dood ga? Zou ik dan de telefoon beantwoorden? Zou ik dan vanmiddag naar de uitgever gaan om te praten over een nog te schrijven boek? Waarschijnlijk niet. Toch? Of wordt de gedachte aan doodgaan overschaduwd door de kracht van ontkenning? The Nyle is more than a River in Egypt. Ben goed in ontkennen. Ik ontken, Edelachtbare. Maar wat ontken ik dan? Wat als ik het tegenovergestelde van ontkenning oppak. Bevestiging. Wat bevestig ik dan?  En waaraan bevestig ik dan wat? Gek word ik van dit soort vragen. Gaan overal en nergens naar toe en toch vind ik het prettig om ze te stellen. Waarom? Weer zo´n vraag. Toen aan Yehudi Menuhin gevraagd werd wanneer hij stopte een wonderkind te zijn was zijn antwoord: ‘Op het moment dat ik mij afvroeg waarom ik een wonderkind was.`

Terug naar de ontkenning en de bevestiging. Door het ontkennen van de dood, ontken ik het leven. Door er niet mee bezig te willen zijn, ben ik er mee bezig. Maar dan niet op een bewust niveau. Memento Mori. Gedenk te sterven.

Herinner mij nu een optreden met een toneeluitvoering van Macabaret, de toneelgroep van mijn laatste middelbare school. Een volle Harmonie. Opkomst vanuit de zaal. Een doodskist werd binnengedragen en ik liep als aanspreker er voor. Zwart pak, hoge hoed. “Wij zijn hier allen bijeen gekomen om kennis te maken met de dood, het leven en de dood. De dood….Hij staat in ons midden, Reeds bij de geboorte dragen wij de kiemen van de dood in ons. Het Leven begint met hoge verwachtingen van Liefde en Geluk. Daarna de confrontatie met angst, eenzaamheid.´
Tot hier herinner ik mij de tekst die ik als een dominee declameerde. Heerlijk vond ik het daar op het podium. De spanning. De concentratie. En daarna het afschminken. Misschien vond ik dat wel het leukste van het toneelspelen. Na afloop, helemaal alleen,  het rozige gevoel. Rust. Opluchting. De de -make up. Langzaam je eigen gezicht weer zien verschijnen in de spiegel.  Voorbij het doen alsof. Stil nu. Alleen nog maar het prachtige gedicht van Derek Walcott. Love after Love.

The time will come
when, with elation
you will greet yourself arriving
at your own door, in your own mirror
and each will smile at the other's welcome,

and say, sit here. Eat.
You will love again the stranger who was your self.
Give wine. Give bread. Give back your heart
to itself, to the stranger who has loved you

all your life, whom you ignored
for another, who knows you by heart.
Take down the love letters from the bookshelf,

the photographs, the desperate notes,
peel your own image from the mirror.
Sit. Feast on your life.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten